zondag 5 juli 2009

Kindertekeningen 3de semester

Ik heb het verslag voor kindertekeningen gemaakt. ik heb voor dit vak 10 tekeningen geanalyseerd.

Hier zie je het resultaat.

. 15

Beschrijving van de invloed van het onderwijs op beeldend vermogen van het kind.

De wet op primair onderwijs zegt onder andere:
Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van de noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

Bij het tekenonderwijs maken kinderen kennis met verschillende mogelijkheden om zich in beelden uit te drukken. Daarnaast leren ze beeldende uitingen van andere begrijpen, en leren ze genieten van het maken van een tekening. Kinderen kunnen hun idee├źn en gevoelens, waarnemingen en ervaringen verbeelden/vormgeven in een tekening. Dit wordt meestal aan de hand van een onderwerp gedaan.
Vanuit hun eigen beleving en fantasie maken ze een voorstelling van het onderwerp.
Ze leren zo hun voorstellingen/fantasie op papier te zetten.

Kinderen leren ook de functies/ betekenissen van beelden in hun dagelijkse omgeving te herkennen en te waarderen. Ze leren dit door te waarnemen en door te reageren op wat ze zien. Zo leren kinderen ook respect te hebben op de manier waarop mensen hun “zijn” “karakter” laten zien in bijv, hun kleding (gothic). Vooral nu is het vrij normaal dat je verschillende kleding stijlen ziet waar niet van word opgekeken.

Het onderwijs biedt kinderen een eerste ori├źntatie op hun culturele achtergronden.
Het zelf maken van tekeningen en het bekijken van tekeningen van anderen kan een invloed hebben op elkaar. Het technisch inzicht word vaak veel gebruikt bij het tekenen. Hier moet het kind dan wel aan toe zijn. Anders krijg je het niet geleerd.

De kerndoelen die op het primair op onderwijs worden toegepast, deze gaan alleen over kennis en vaardigheden.


vergelijking van kunst en kindertekeningen.

De grot tekeningen van vroeger hebben veel weg van de koppoters die kinderen maken rond de 3 jaar. Je moet deze dan vergelijken met de prehistorische silhouet figuren.

en tekening 7.

In de middeleeuwen werden de belangrijkste onderdelen, personen groter getekend, zo werd de aandacht daar naar toe getrokken. Een kind van 4-8 jaar doet dit ook, de belangrijkheid en verdringing. De aandacht word gelegd op dat onderdeel dat hij/zij belangrijk of fascinerend vinden.

De Romeinen tekende vaak zonnetjes met gezichten. Een kind van 4-8 jaar gaat ook vaak levenloze objecten personifieerden, dit kan je goed zien in tekening 6. hier heeft de leerling de zon een gezicht gegeven.

Analyse kindertekeningen.

Tekening 1.

Leerling 5 jaar.

Wat zie ik?

Je ziet dat er verschil is gemaakt tussen boven en onder, er is een duidelijke grondlijn en een lucht getekend. Het kind bepaald zelf wel de kleuren van de objecten in zijn/haar tekening. Zo is het huis blauw met een zwart dak en de wolk is een blauwe lijn. De boom en de wolken zijn wel volgend de kleurcodes. De boom is nog redelijk primitief getekend. Hierin is ook duidelijk een haaks contrast te zien, want de takken staan recht op de stam vast geplakt. Dit kind tekent nog ideologisch, de boom, huis, (mannetje?) bestaan uit losse onderdelen die aan elkaar zijn vastgeplakt.

Verder is ook een schrijf richting te zien in het huis die een afwijking heeft naar links.

Tekening 2.

Leerling 10 jaar.

Meisje van groep 6

Wat zie ik?

Het kind heeft een duidelijk verschil tussen boven onder gemaakt. Boven de lucht onder de grond lijn, de strand. In de tekening is decoratie terug te vinden, omdat de tekening met donkere lijnen in de vorm van ruitjes is getekend, wel zijn de witvlakken opgevuld met een lichtere kleur dan de ruitjes. Wel ziet het kind een object als een gehele probleem en tekent dan ook fysioplastiek, de dolfijnen, krabben zijn uit 1 geheel getekend. Verder is er spraken van realistisch kleur gebruik, een ondergaande zon die oranje is, blauwe zee, geel zand en grijze dolfijnen. Er zitten geen kleuren tussen die niet zouden kunnen.

Wel is er spraken van doorzichtigheid, omdat je de vissen in het water kan zien zwemmen. Ik ben niet zeker van de dolfijn, omdat ik niet weet of die omhoog springt of half boven water is.

De dolfijn word ook van 2 kanten bekeken, zo is 1 van voren en 2 van de zijkant getekend.

Tekening 3.

Leerling 11 jaar.

Jongen uit groep 7

Wat zie ik?

In deze tekening is geen gebruik gemaakt van een grondlijn. De tekening is een fantasie monster. Je kan goed in deze tekening zien dat deze jongen nog ideoplastiek tekent. De handen, vingers, voeten en lijf zijn apart aan elkaar getekend om 1 geheel te vormen.

Verder is de tekening niet ingekleurd maar zijn de kleuren aangegeven door de omlijning. De kleuren zijn naar de fantasie, wat logisch is bij dit onderwerp. De tekening heeft stripfiguur achtige kenmerken. Dit kan ik zien aan de ogen, handen, wenkbrauwen en handen van de figuur. Ik zelf teken ook graag nog steeds stripfiguren vandaar dat ik dit zie. De ogen zijn dan vaak groot en simpel van vorm met dikke rechte wenkbrauwen (bij mannelijke figuren), de haren zijn vaak piekerig, wat je ook in de tekening kan zien. Deze jongen is nog niet zo ver in de creatieve ontwikkeling.

Tekening 4.

Leerling 9 jaar.

Groep 6.

Wat zie ik?

Dit meisje tekent fysioplastiek, ze heeft de hond in 1 geheel getekend en geen losse onderedelen er aan vast geplakt. Wel is ze nog er decoratief bezig de hond en omgeving is met een patroon versiert en de hartjes lijken aan de rechter kant niet recht naar boven te zweven maar iets naar rechts, dit kan de bedoeling zijn geweest.

De hond is niet realistisch in gekleurd maar de decoratie wel.

De grondlijn is niet getekend, maar ze heeft wel de hond op de onderkant van het blad laten staan.

Tekening 5.

Leerling 9 jaar.

meisje

Groep 6.

Wat zie ik?

Ook deze leerling heeft gebruik gemaakt van decoratie, wel alleen in de achtergrond. Hierdoor is er geen duidelijke grondlijn. Het onderwerp van de tekening is duidelijk van een meisje, prinses. Het kleurgebruik is realistische en ze heeft oog voor detail. In het rokje, truitje en laarzen gebeurt veel, ook in het lichaam is aan alles gedacht, de sleutelbenen en navel bijvoorbeeld. De tekening is een stripfiguur, grote ogen, piekerige haren en groot hoofd.

Verder tekent ze nog fysioplastiek, ze heeft de figuur duidelijk als 1 probleem gezien.

Tekening 6.

Leerling 8 jaar.

Meisje groep 4

Wat zie ik?

Deze jongen heeft verschil gemaakt tussen boven en onder, er is een duidelijk grondlijn en lucht getekend. De huizen staan ook op de grondlijn. De verhoudingen van de poppetjes met de huizen en bomen klopt niet. De poppetjes zijn duidelijk aanwezig/belangrijk door de grootte. De bomen zijn wel erg primitief getekend, wolk vorm met een stam. Verder zweeft een boom in de lucht, de JWC tappositie. In deze tekening is alles ideologisch getekend alles bestaat uit losse onderdelen die aan elkaar zijn geplakt. Ook heeft de zon een personificatie gekregen, want er staat een lachend gezichtje in.

Je ziet ook duidelijke exemplariteit: jongen met een hoed op en meisje met oorbellen. Er is gebruikgemaakt dan duidelijke kenmerken/verschillen tussen een man en vrouw.

Verder is er veel ingekleurd volgens de kleurcodes, een blauwe wolk, boom met groen en blauw en gele zon.

Tekening 7.

Leerling 5 jaar.

Wat zie ik?

Deze leerling heeft hele mooie koppoters gemaakt met een haakscontrast van de armen tegen het lijf aan. Ook zie je een heel mooi doorzichtig huis waardoor je de koppoters kan zien.

Je ziet ook dat er gebruik is gemaakt van kleurcodes, een boom met een bruine stam en groene bladeren. De boom is erg primitief getekend, je ziet geen takken, wel mooie rode appels in de boom. De verhoudingen in de tekening zijn nog niet zo slecht gedaan. Wel is er geen grondlijn getekend, en begint het huis gewoon van onder het blad. De bomen lijken wel een beetje te zweven, omdat die niet direct van de onderkant van het blad begint.

Tekening 8.

Leerling 7 jaar.

Jongen groep 3

Wat zie ik?

Er is een verschil gemaakt tussen boven en onder door de grondlijn/waterlijn en de lucht.

De kleuren zijn realistisch gebruikt en je ziet dan ook witte wolken.

Het water heeft een mooie doorkijk, je ziet de boot onder het water door lopen.

De boot is met veel zorg en detail getekend, de bot heeft zelfs een zender/zendmast?

Ik vind deze jongen al heel mooi tekenen vind ik.

Tekening 9.

Leerling 8 jaar.

Jongen groep 4.

Wat zie ik?

Er is een verschil gemaakt met boven en onder en links en rechts. De grondlijn is aanwezig en aan de linker kant gebeurt iets anders dan rechts. Deze jongen tekent wel nog ideologisch en plakt alle lossen onderdelen aan elkaar. de wolken worden ook nog blauw gemaakt en is nog bezig met kleurcodes, een bruine stam en groene bladeren, blauwe wolk en rood dak van het huis.

De zon word hier driehoekig afgebeeld, wat dus niet klopt. Veder dtaat het huis niet op de grondlijn en de rest wel. Deze jongen loopt achter op zijn creatieve ontwikkeling.

Tekening 10.

Leerling 7 jaar.

Jongen groep 3.

Wat zie ik?

Deze jongen tekent nog ideologisch de tractor is uit verschillende vormen opgebouwd.

Er is geen grondlijn getekend, maar wel verschil gemaakt tussen boven en onder door de blauwe wolk. Verder zie je nog een doorkijk van het hondenhok waar de hond in zit.

Kleurgebruik is nog niet realistisch. Er is gebruik gemaakt van kleurcodes, bijvoorbeeld de blauwe wolk.

Karakter analyse.

Analyse 1

Iris. Meisje 9 jaar

Karakter:

Iris is een nieuwsgierig vrolijk meisje. Ze is altijd in voor een praatje en wil dan ook alles tot in de detail weten. Verder is ze over het algemeen niet heel erg verlegen en is vrij assertief.

Het is een lieve spontane meid die graag tekent, ze heeft dan ook veel geduld. Ze is een zelfverzekerde meid, die van aandacht houd.

Verder is ze helemaal weg van prinsessen en heeft dan ook een eigen prinsessen kamer.

Tekening:

Iris heeft een sinterklaas getekend, deze is vrij nauwkeurig. Zo zie je ook dat Iris aan de mijter een lint heeft getekend die sinterklaas ook heeft. Dit zie ik niet vaak terug in een tekening dat kinderen maken. Hier zie ik dan ook dat ze niet alleen de details graag wil weten in een gesprek, maar deze ook tekent. Je kan zien dat de tekening met veel zorg is getekend en netjes ingekleurd. Ze heeft het geduld om de tekening af te maken naar haar idee. Ze tekent de figuur fysiologisch. Verder is de kleur gebruik realistisch.

Verdere karakter eigenschappen kan ik er niet uit halen, omdat deze tekening thema gericht is geweest en niet vanuit de fantasie, want daar zou ik veel meer uit kunnen halen.

Helaas.

Analyse 2

Sjors. Jongen 6 jaar.

Karakter:

Sjors is een lieve verlegen jongen. Hij kijkt graag eerst de kat uit de boom voordat hij los gaat. Maar als hij zich veilig voelt dan heeft hij van alles te vertellen.

Hij wil graag stoer zijn en probeert zich hierna dan ook te gedragen, alleen dan met niet zo veel succes, want daar is hij te lief voor in karakter, dus die rol houd hij nog niet vol. Hij is soms nogal onzeker, vooral in de dingen die hij niet zo goed kan. Dit is dan ook wel te merken als hij gaat tekenen, maar hij doet dit dan ook niet zo graag. Hij kleurt liever veilig een tekening in, dan dat hij er zelf gaat maken. Wel heeft hij niet lang interesse in kleuren en stopt dan ook snel, of raffelt het af.

Sjors vind aandacht wel leuk, maar vraagt daar uit zichzelf niet zo veel om als zijn grote zus.

Het is een rustige jongen, die af en toe graag een grapje met je uithaalt.

Tekening:

Sjors heeft een tekening voor mij gemaakt van een bos. Je ziet dat hij nog krasserig inkleurt.

Dit zou ik dan kunnen verklaren met het feit dat hij tekenen niet zo leuk vind.

En dat hij niet veel geduld heeft om iets heel netjes in te kleuren.

Ik vind zelf dat hij de boom nog erg mooi heeft getekend voor zijn doen. Wel zijn de takken rechte lijnen die los aan de stam zijn getekend.

Het onderwerp is volledig willekeurig. Het is niet terug te koppelen aan hetgeen dat hem bezig houd. Wel is het een typisch jongens onderwerp met de bootjes. Je zou hem dan ook nooit een prinses zien tekenen, want dat is voor meisjes. Zwaarden en geweren vind hij wel leuk, maar kiest er dan niet zelf voor om die te gaan tekenkenen, dat laat hij liever iemand voor hem tekenen. Dus het is waarschijnlijk wel een veilig onderwerp voor hem wat er nu is getekend.

Verder is hij nog bezig met kleurcodes, hij maakt nog blauwe wolken en een gele zon.

De tekening heeft ook een doorkijk in de zee, je kan de vissen zien zwemmen.

Hij tekent zijn dier nog een beetje op de koppoter manier. Ik denk dat het een wasbeer is.

Verder kloppen de grondlijnen niet, het water ligt hoger dan het gras. Wel maakt hij verschil tussen boven en onder, links en rechts.

Aantekeningen.

0 tot 4 jaar.

Krabbel periode.

Kinderen hebben de neiging om een potlood te pakken, alleen al om het feit dat het hun verbaasd dat het sporen na laat.

Kind is in deze fase nog motorisch gestoord. En kan alleen licht en donker goed van elkaar onderscheiden. Diepte kan het nog niet zien.

Het kind begint kleine tekentjes op papier te zetten. Dit gaat als een ruitenwisser: de bovenlijf en arm gaat heen en weer. Kluwe: gaat alleen de arm heen en weer.

Later leert het kind alleen met de hand de beweging te maken en maakt het kringen, deze worden later gesloten. Begin en eind.

Bij een kind vanaf 2 jaar is er nog geen verschil tussen een bovenkant en een onderkant.

Het blad word dan ook aan alle kanten gedraaid, want het kind kan met deze leeftijd nog niet kiezen. Het maakt gebruik van het hele blad: horror vacui.

De tekening heeft ook nog geen onderwerp.

Kleur keuze ligt bij de fellere kleuren.

Kinderen vanaf 3 jaar kunnen lopen en praten. Als je aan een kind vraagt wat ze hebben getekend dan krijg je een antwoord, wel ligt het onderwerp niet vast. Want vraag het kind hetzelfde alleen dan 10 min later en je krijgt een heel ander antwoord.

De mensvorm word als koppoters getekend, een menselijk stokfiguur.

4-5 jaar.
Opkomen van de verbeelding.

Het kind tekent niet wat het ziet.

Het bepaald zelf de grote van de objecten. De persoon is net zo groot als het huis.

Ook tekent het kind niet wat hij/zij kent, bijvoorbeeld een driehoekige zon, of een driehoekig hoofd.

Tot slot bepaald het kind zelf wat welke kleur moet worden, het tekent niet naturalistisch, ze tekenen gerust rode wolken, oranje bomen en geel gras, voor hen maakt het niet uit.

4-8 jaar.
Van de krabbelperiode naar de gecodeerde werkelijkheid,

Hier word verschil gemaakt tussen boven onder links en rechts.

Het kind gaat het papier vast houden terwijl het tekent, hierdoor komt er een al ordening in de tekening. Daarop volgt vaak dat er een grondlijn komt.

Ook gaat het kind verschil maken tussen boven en onder, links en rechts. Dus de zon komt boven en het gras onder. 2D en 3D worden met elkaar gecombineerd waardoor je verschillende aanzichten krijgt. belangrijke objecten worden van voren getekend, de minder belangrijke van de zijkant. Belangrijkheid en verdringing, de persoon of delen worden vergroot of weg gelaten.

Als ze een weg tekenen met mensen erop zie je de weg van boven en de mensen liggen er plat op. Het kind gaat ook dingen persoonificeren, bijvoorbeeld de zon, die krijgt dan een gezichtje.

Vanaf 7 jaar.

Het kind maakt omklappingen, rabattement. ze tekenen een weg en leggen daar de huizen, en bomen plat tegen aan. Je hebt dan een vooraanzicht van een huis en boven aanzicht van de straat/weg.

Het kind gaat ook tekenen met een haaks contrast, alle armen, takken etc, staan kaas op het licht/stam. Je kan het zien als een hoek van 90 graden.

Rond deze leeftijd komt ook de jwctapositie, het kind gaat personen afzonderlijk plaatsen, je ziet dan als het ware 2 personen boven elkaar zweven.

Ook kom je doorzichtigheid tegen van een huis e.d. je ziet in de tekening ook soms een haaks contrast

8-9 jaar

Hier kom je overlapping en afsnijding tegen in de tekeningen.

Er word veel gebruik gemaakt van herhaling, hierin zie je dan ook vaak een schrijfhelling. Een lijn die schuin loopt, maar recht was bedoelt.

Het kind gaat ook karikaturen maken, een meisje met lang haar en rok en een jongen met een broek en pet.

In de tekeningen worden de voor hem/haar belangrijke voorwerpen/delen uitvergroot en andere verdrongen.

Ook gaat het kind met kleurcodes werken. Bijvoorbeeld: De stam van een boom is altijd bruin, de kop altijd groen en de appeltjes die er in hangen zijn altijd rood. De zon maakt een kind geel, en de wolken worden blauw getekend (terwijl die wit zijn)

Pseudo-naturalistisch tekenen 9-12 jaar

Het kind probeert zo naturalistisch mogelijk te tekenen, bv in kleuren: de wolken worden wit en de lucht blauw. Bij het naturalistisch tekenen speelt perspectief een belangrijke rol, deze word dan ook beter getekend. Ze weten dat de objecten in de voorgrond groter moeten dan die op de achtergrond en het kind gaat ook gebruik maken van overlappingen en meerdere grondlijnen. Zo worden er verschillende perspectieven gebruikt, vogelvlucht perspectief, (van bovenaf), het perspectief op ooghoogte en het kikvors perspectief(van onderaf).
Het kind gaat beter leren kijken en krijgt oog voor detail.

Wel merk je dat jongens vaak achter lopen op meiden in de ontwikkeling.

Jongens tekenen vaak: auto’s en vliegtuigen en hebben de voorkeuren naar de koude kleuren als blauw

Meisjes tekenen vaak: prinsessen, gordijnen, bloemen en de voorkeur naar de warme kleuren als rood, roze etc.


Je moet wel opletten en bedacht zijn dat een kind rond deze leeftijd graag strip poppetjes tekent of trucjes toepast die volgens hem haar goed werken. Dit kan dan belemmerend zijn voor de ontwikkeling, omdat hij/zij steeds hetzelfde doet en zo minder bij leert aan de creatieve ontwikkeling.

Fysioplastiek en Ideoplastiek

De schauers (jagers) en bauers (landbauers)
Bij Fysioplast ziet iemand een probleem als een geheel. Hij tekend dan ook de figuren en vromen in een geheel, er worden geen losse onderdelen getekend. Hij/zij is dan goed in waarnemen en dan ook verder dan iemand die ideoplastiek/landbouwers is. Bij ideoplastiek worden er lossen onderdeeltje getekend die dan samen een geheel moeten vormen. Bv de hoofd, romp, armen, benen, handen, vingers en voeten zijn los van elkaar getekend.

Samenvatting les 3

Was ik niet aanwezig zie samenvatting van

lesgeven en zelfstandig leren

Geerligs & van der veen

Samenvatting loes van de laak & leone Onderstal

Lesgeven en zelfstandig leren

Lesgeven een kunst of kunde?

- Een leraar moet boven de stof staan en stap voor stap kunnen uitleggen.

- De leraar heeft een begeleidende rol.

- Orde houden is een gave, uitleggen een kunst.

- Lesgeven wordt inrichten van leersituaties omdat de docent een begeleidende rol heeft.

- Een docent moet genoeg vakkennis hebben en hooghouden.

Is goed leraarschap leerbaar?

- er zijn 2 soorten bekwaamheden die belangrijk zijn voor het leraar schap namelijk: Didactische: plannen uitvoeren en evalueren van lessen en begeleiden.

Relationele: de wijze waarop de leraar met de leerlingen om gaat.

Ordening van aspecten van onderwijsleersituaties.

didactisch model:

- leerdoelen: kennis en vaardigheden die de leerlingen moeten behalen.

- Begin situatie: cognitieve motivationele kenmerken van leerlingen die voor het belang zijn voor het bereiken van de leerdoelen.

- Leerprocessen: proces wat er voor nodig is om kennis te beheersen op lange termijn.

- Leerstof: inhouds aspecten van de leerdoelen.

- werkvormen: op welke werkvorm wordt er les gegeven en hoeverre wissel ik daar in af.

- leermiddelen: wat heb ik nodig om de stof over te brengen. Wat heb ik nodig (materiaal).

- evaluatie: in hoeverre heb ik mijn doel bereikt/beoordeling.

Sleutelvragen

Sleutel vagen zetten de leraar er toe aan, voorafgaand van het lesgeven het belangrijkste aspecten hiervan te overwegen en in een verantwoorde relatie tot elkaar te brengen. Hierin komen de motivationele en sociaal emotionele aspecten tot uitdrukking.

Planning van leerstof

Primair onderwijs heeft de taak alle leerlingen in hoeveelheid kennis en vaardigheden mee te geven hiervoor heeft de overheid kerndoelen vastgesteld om dat doel te bereiken. Deze kerndoelen worden aangereikt door methoden.

Ordeningsvormen van de leerstof

Cursorische ordeningsvorm: systematisch word de leerstof aangereikt hierdoor is het overzichtelijk en volledig.

Concentrische ordeningsvorm: hier komt de moeilijkheids graad en de detaillering in terug. Dit bouwt zich op.

Thematische ordeningsvorm: leerstof wordt rond het thema aangeboden.

Probleemgestuurde ordeningsvorm: gericht gewerkt aan een probleem bij een leerling. Zelfstandig werken zie je veel terug in deze ordeningsvorm.

Leren lesgeven in de praktijk schok

De nadruk ligt op didactisch handelen.

Hulpmiddelen: observatie formulier, video registratie, plaatjes etc.

Orde houden is een vaardigheid die beginnende leraren een uitdaging vinden. Hiervoor moet je de leerlingen: motiveren, stimuleren en corrigeren.

Les geven is zwaar werk

Taakzwaarte word niet alleen door taakomvang maar ook door taakintensiteit bepaald. Zwaarte zit hem niet in de uren maat in de omgang met leerlingen en de werkomstandigheden.

Invloed van de leraar op het gedrag van leerlingen:

- inlevingsvermogen: een leerling die zich begrepen voelt zal sneller iets accepteren van de docent. De leraar kan hier dan ook op inspelen en een vertrouwensrelatie opbouwen.

- Structuur: de leraar moet duidelijk zijn. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn.

- organisatie: een goed voorbereide les is het halve werk. Hierdoor geef je de leerlingen ook niet de indruk dat vakkennis ontbreekt.

- houding: je moet als docent een openhouding hebben naar de leerlingen maar wel duidelijke grenzen aangeeft qua relatie. Leraar is leraar en leerling is leerling. Het is niet de bedoeling dat je een vrienden relatie hebt met je eigen leraar.

- didactisch: les moet uitdagend blijven, afwisseling in werkvormen hebben en relevante stof bevatten.

Geen opmerkingen: